Object 4

object 4 afbeelding

Het echte verhaal van dit VU-erfgoedobject is verhaal 2: Schelpen van Lever.

1. Knopen van geheelonthouders
Deze blauwe en gele knopen stammen uit de jaren vijftig tot zeventig van de vorige eeuw. Aanstaande eerstejaars VU-studenten kregen ze, voorafgaand aan hun studie, thuisgestuurd. De knopen werden, vaak door moeder, aan hun kleding bevestigd. Bij de indeling in studiegroepen zouden de drinkers op deze manier onopvallend van de geheelonthouders gescheiden kunnen worden. Althans, dat was de bedoeling. De studenten hadden uiteraard snel genoeg door waarvoor de knopen bedoeld waren en gaven er hun eigen betekenis aan.
Zo ontstond er tussen de jongens en meisjes in die jaren een levendige ruilbeurs in die knopen. ‘Je knopen tellen’ is sindsdien een bekende gereformeerde studentenuitdrukking om je bed score mee aan te duiden.

2. Schelpen van Lever
Met het voorstel om het sorteermechanisme te bestuderen van schelpen die aanspoelen aan het strand won prof.dr. Jan Lever begin jaren zestig de eerste Koninklijke Shell Prijs. Het was Lever opgevallen dat de linker- en rechterkleppen van schelpdieren niet willekeurig aanspoelen. Stromingspatronen in de zee sorteren de schelpkleppen waardoor op sommige plaatsen de linker- en op andere plaatsen de rechterkleppen overheersen. Dit verschijnsel zal zich ook hebben voorgedaan bij fossiele schelpen die vele miljoenen jaren geleden op het strand zijn afgezet en zich nu diep onder de grond bevinden. De analyse van schelpen in de bodemmonsters zou nuttige informatie kunnen opleveren over zeestromingen in lang vervlogen tijden en gebruikt kunnen worden voor bijvoorbeeld proefboringen voor de oliewinning Met het geld van de Koninklijke Shell Prijs liet Lever tienduizenden kunstschelpen maken in heldere kleuren. Deze kunstschelpen liet hij uitstrooien in de zee bij Schiermonnikoog. Vele jaargangen van studenten hebben, tijdens de toen populaire zomerkampen op dat eiland, het strand afgezocht om de hypothese van Lever te onderzoeken. De kunstschelpen spoelden nog vele jaren lang aan.

3. Kunstproject Wis- en Natuurkunde
In 1966 werd, na zes jaar bouwen, het Wis- en Natuurkunde gebouw geopend. Het was, na het ziekenhuis, het eerste gebouw op de VU-Campus in Buitenveldert. Alle onderdelen van de bètafaculteit kregen een plek in dit nieuwe gebouw. In het kader van de in 1963 geactualiseerde percentageregeling voor Beeldende Kunst werd ook voor de VU-nieuwbouw een bedrag opzij gelegd voor kunst. Deze regeling gold officieel alleen voor gebouwen in het beheer van de Rijksgebouwendienst, maar de particuliere VU conformeerde zich hier aan, zoals wel vaker met nationale wetgeving.
Aan deze regeling is onder andere het mozaïek aan de achterzijde van het gebouw te danken, maar ook deze figuurtjes. Ze waren onderdeel van een werk dat bij de opening gepresenteerd werd. De kunstenaar reeg de stukjes plastic aan kettingen om de lengte van de gangen te benadrukken. Helaas bleken ze niet bestand tegen de stijgende studenten aantallen in de jaren zeventig en zijn er vele vormpjes verloren gegaan.