Object 5

object 5 afbeeldingHet ware verhaal is verhaal nummer twee. Dit VU-erfgoedobject is een demonstratiemodel bewegingswetenschappen: "Jumping Jack"

1.”Brammetje” uit het schaduwspel bij het eeuwfeest in 1980
Op 20 oktober 2005 bestond de VU 125 jaar. Dit werd net als het eeuwfeest (in 1980) groots gevierd. Er werden verschillende boeken uitgegeven, films gepresenteerd en feesten gehouden. Het VU-orkest studeerde muziekstukken in voor een parade die eindigde op de VU-campus. Daar vonden optredens plaats van het VU-koor en door verschillende studentenverenigingen en medewerkerscollectieven. De medewerkers van de afdeling Communicatie hadden zich extra uitgesloofd. Door de instrumentmakerij werden op hun verzoek meerdere poppen gemaakt die konden springen en dansen. Met de poppen werd een groots schaduwspel opgevoerd, waarin ze met behulp van accessoires zoals baretten, brillen en snorren werden omgetoverd tot bekende hoogleraren en karakters van de VU. Van rector magnificus Taede Sminia tot de portier van het hoofdgebouw, en uiteraard Abraham Kuyper.
Deze pop, liefkozend “Brammetje” genoemd, is als enige bewaard gebleven en zit nu in de erfgoedcollectie als aandenken aan de geslaagde viering.

2. Demonstratiemodelbewegingswetenschappen:“Jumping Jack”
Sinds begin jaren 1970 wordt er aan de VU onderzoek gedaan naar biomechanica en bewegingswetenschappen. Dit onderzoek is grotendeels opgezet door G.J. van Ingen Schenau (1944-1998), die uiteindelijk in 1992 hoogleraar Biomechanica werd. Aanvankelijk richtte zijn onderzoek zich op de biomechanica van het wandelen, maar na onderzoek van een van zijn studenten kwam het schaatsen in beeld. Door middel van metingen van beweging en kracht probeerde hij inzicht te krijgen in de vermogensverliezen en vermogensproductie van de mens.
Gesterkt door fysiologisch onderzoek naar de werking en aansturing van spieren, en in dit geval dan de kuitspier, leidde het enthousiasme en onderzoek van Van Ingen Schenau voor de schaatssport tot de ontwikkeling van de klapschaats midden jaren 80.
De “Jumping Jack”, hier tentoongesteld, werd ontwikkeld om de werking van de kuitspierinzichtelijk te maken voor onderwijs en demonstraties. Hier wordt hij nog steeds voor gebruikt door de faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen.

3. Socio-robot prototype “Marc”
Onderzoek gaat lang niet altijd over rozen. Vaak moet er nogal wat uitgeprobeerd worden. “Marc” is een van de vele onderzoekmodellen van de welbekende zorgrobot “Alice”, ontwikkeld door Onderzoeksgroep SELEMCA van het VU Medisch Centrum. Het doel was een robot te ontwikkelen die eenzaamheid onder ouderen kan helpen tegen te gaan. Speerpunt van de wetenschappers die Alice ontwikkelen is het maken van software die menselijke gevoelens kan herkennen, hierop kan reageren en wellicht ook zelf wel emoties kan tonen. Er werd lang gezocht naar de juiste uiterlijke vorm voor deze software.
Het realistisch ogende meisje “Alice”, bleek uiteindelijk de ideale vorm voor de software. Om bij dit ideaal aan te belanden werd er uitgebreid gekeken naar wat silhouetten, beweging en stemgeluid tot stand kunnen brengen. “Marc” was gekoppeld aan dezelfde software als “Alice”. Hij kon meedeinen, lichte bewegingen maken, en door koppeling aan een geluidsinstallatie een vriendelijke mannelijke stem laten horen. Een menselijk gezicht bleek echter onontbeerlijk, waardoor “Alice” een succes werd, en “Marc” in de kast verdween.